Wedstrijdcijfer

Uitleg Wedstrijdcijfer

Hoe zit het wedstrijdcijfer in elkaar?

Het jurysysteem is gelijk getrokken met het topturnen.

De turnsters krijgen nu dus cijfers boven de 10.00 punten.

Er wordt gewerkt met een D en E score.
Verplichte oefenstof.

Er wordt gewerkt met een D en E-score.

D-score is voor de onderdelen in de oefening, die geturnd moeten worden.

E-score gaan de turnsters uit van 10.00 punten. Hier kijken ze naar de uitvoering van de oefening ( wordt er netjes gewerkt, zo niet dan trekken ze hier punten vanaf voor kromme armen, benen en tenen en bijvoorbeeld pasjes bij de landing. En ziet de oefening er goed en leuk uit en wordt er in een goed tempo gewerkt.)

Valt de turnster van het toestel dan trekt de jury 1.0 punt af. Afhankelijk van hoe de turnster van het toestel valt wordt misschien het geturnde onderdeel wel of niet geteld.

Mocht de turnsters een onderdeel niet turnen dan gaan er redelijk veel punten van de

E-score af, 2.0 punten per keer.

D = De inhoud van de oefening ( rond de 3 punten afhankelijk van wat er geturnd wordt)

E = Hoe wordt de oefening uitgevoerd ( max. 10 punten)

Eindcijfer is D + E score bij elkaar opgeteld en daar worden dan alle aftrekken vanaf gehaald.

En zo hebben we dan de eindscore.

Instap opleiding jureren Turnen Dames

juryleden

Juryleden:

Kunt u een uniek symboolschrift schrijven, zonder ook maar één keer op uw papier te kijken, terwijl u kijkt naar een bewegend object en er soms tegelijkertijd allerlei geluid en muziek uw oren in knalt?

En kunt u, terwijl u dat doet, alle honderden regels in de gaten houden die wellicht van toepassing zijn op dat bewegende object?

Kunt u daarnaast alle daarbij behorende beloningen en straffen paraat hebben die op dat moment van toepassing zouden kunnen zijn op dat bewegende object?

Is het voor u mogelijk om ook dat te noteren met uw symboolschrift, nog steeds zonder uw ogen van het object af te halen?

Kunt u vervolgens sneller dan een rekenmachine optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen om van uw symbolen en met alle regels in uw achterhoofd een waardering te maken, wetende dat het volgende object klaar staat om te beginnen?

En kunt u dat zo’n vijftig keer per drie uur, vier keer op een dag, twee keer per weekend? Dit alles tegen een ruime vergoeding van liters koffie, bakken snoep, enkele broodjes en een soepje dat u tijdens uw werk kan proberen op te eten.

Maar er is meer: bijna niemand kan uw werk waarderen. Sterker nog, u maakt er regelmatig kinderen mee aan het huilen. Ouders en trainers klagen graag over hoe u het werk uitgevoerd hebt.

Als u geluk hebt doen ze dit achter uw rug. Maar soms schreeuwen ze wanneer u bij de toiletten bent in een mini-pauze of naar uw auto strompelt na een 12 uur durende dag.

U bent dan ook goed herkenbaar aan uw mooie donkerblauwe uniform. U moet deze natuurlijk wel zelf aanschaffen, maar dan heeft u ook wat. Mochten er ouders op zoek zijn naar een fijn doelwit om uit te kafferen herkennen ze u tenminste.

En die set regels die u moet kennen? Maak je geen zorgen, ze veranderen constant. U bent daardoor nooit uitgeleerd!

Klinkt dit bovenstaande voor u als een droom die uitkomt is er de geknipte baan voor u: Jurylid bij turnwedstrijden!

Scheidsrechter bij sport in het algemeen is waarschijnlijk één van de moeilijkste en minst gewaardeerde taken in vrijwilligersland. Jureren in het turnen is hierop geen uitzondering.

Een turn(st)er stelt zich kwetsbaar op en gaat iets moeilijks proberen terwijl iemand dat gaat beoordelen.

Ouders proberen niet gillend weg te lopen bij de gedachte om hun kind halfnaakt voor wat mensen te zetten die een cijfer geven aan zijn of haar prestatie.

Coaches proberen diep adem te halen wanneer er een score uit rolt die niet voldoet aan de verwachting.

Juryleden proberen nauwkeurige en eerlijke scores te produceren.

Aan vrijwilligers van de vereniging de taak om van slag zijnde kinderen, geagiteerde ouders en verhitte coaches uit te leggen dat juryleden er niet zijn om hen te belazeren, in tegendeel.

Maar zijn juryleden perfect?

Natuurlijk niet. Maar ze worden in elk geval niet altijd even goed begrepen. Zodoende volgt hieronder een lijst met mythes omtrent juryleden en het jureren.

1. Juryleden vinden het fantastisch om het zelfvertrouwen van kinderen de grond in te boren.
Het overgrote deel van de juryleden zijn ouders, coaches of docenten in hun dagelijks leven. Ze houden van de turnsport en doen wat voor de sport terug door in hun vrije tijd de scheidsrechters van turnwedstrijden te zijn. Ze geven om kinderen en bieden hen de mogelijkheid om het plezier en de uitdaging van wedstrijden te ervaren. Sommige van de meest zorgzame lesgevers zitten met enige regelmaat achter de te smalle tafeltjes.

2. Jureren is een goedbetaalde baan.
Helaas. Jureren is vrijwilligerswerk. Je krijgt geen cent voor je uren. De enige betaling is in de vorm van reiskostenvergoeding, eten en drinken. En de kwaliteit daarvan varieert van wedstrijd tot wedstrijd. Nee, jureren is puur vanuit passie, geld verdien je er niet mee.

3. Juryleden zijn volledig onpartijdig.
Natuurlijk zijn ze dit niet. Niemand is volledig objectief. We hebben allemaal onze voor- en afkeuren, stijlen waar we van houden en favorieten. En ja, zelfs de zuurpruimen onder de juryleden smelten wanneer een turn(st)er van twee turfjes hoog klaarstaat voor de sprong over een pegasus die ruim hoger is dan hij of zijzelf. Juryleden proberen echter om hun werk op een objectieve manier uit te voeren. Onthoud, ook al heb je wellicht je voorkeuren kun je je werk alsnog op een onpartijdige manier uitvoeren.

4. Juryleden geven de hoogste cijfers aan oefeningen die zij mooi vinden.
Nee, dat doen ze niet. Sterker nog, soms kan een jurylid een lager scorende oefening mooier vinden, maar door de manier waarop de regels zijn samengesteld kan de andere oefening een hogere score verdienen. Het is niet zozeer wat juryleden leuk / mooi of niet leuk / minder mooi vinden maar meer of de oefening voldoet aan de eisen van het niveau met de best mogelijke uitvoering van de elementen.

5. Juryleden kijken naar een oefening en bedenken dan een score.
Zeker niet! Zoals gezegd bestaan er honderden regels die betrekking hebben op alles wat getoond kan worden in een oefening. Om specifieker te zijn: er bestaat specifieke aftrekken voor bepaalde fouten in de uitvoering en voor het niet voldoen aan verschillende eisen. Er bestaan bonussen als er bepaalde elementen getoond of gecombineerd worden. Nee, een score ‘bedenken’ is onmogelijk.

6. Jureren slaat nergens op wanneer iemand die valt hoger scoort dan iemand die niet valt.
Een vaak gehoorde klacht. Een turn(st)er valt en heeft toch een hogere score dan een ander die zonder vallen tot het einde van de oefening komt. Hoe kan dat nou?
Vallen is een zeer grote fout. Je krijgt er een volle punt aftrek voor. Maar, als de verdere oefening nauwelijks fouten bevat kan de totale aftrek redelijk binnen de perken blijven. Bijvoorbeeld: naast een val heeft een turn(st)er nog acht kleine foutjes. Ieder 0.1 aftrek. Samen met de val is de totale aftrek 1.8. De ander heeft geen val maar wel 6 middelzware fouten (0.3 aftrek) en zelfs een grote fout (0.5 aftrek). Totaal zowel minder fouten als geen val, maar al 2.3 aftrek. Met een slordige stijl van turnen zondemeer mogelijk.

7. Juryleden zijn inconsequent.
Ja en nee. Vaak gehoord: Vorige keer had ik een E-score van 9.1 op vloer, nu deed ik het beter en had ik slechts 8.7! Die juryleden weten ook niet wat ze doen! Dat kan natuurlijk, maar het is te verklaren. Veel van de aftrekken zijn naar keuze. Je kunt voor dezelfde fout kiezen tussen 0.1 (kleine fout), 0.3 (middelzware fout) of 0.5 aftrek (grote fout), afhankelijk van hoever de uitvoering van het ideaal af zit. In het grijze gebied tussen bijvoorbeeld 0.1 en 0.3 aftrek scheelt het een hoop of een jurylid constant 0.3 kiest of constant 0.1. Dit kan aan het einde van de oefening een verschil van vele tienden opleveren. De scores van de wedstrijd zijn dan wel onderling vergelijkbaar, maar niet met scores van een andere wedstrijd, waar een ‘softer’ of ‘strenger’ jurylid zat. Wat daarnaast meespeelt is de gemiddelde kwaliteit van de oefeningen tijdens een wedstrijd. Is het gemiddelde niveau laag (je bent de beste tijdens een clubwedstrijd) dan zal je score wellicht hoger zijn dan wanneer je dezelfde oefening turnt in een sterker deelnemersveld (een landelijk kampioenschap). De vergelijking zorgt ervoor dat bij een bepaalde afwijking eerder voor grotere of kleinere aftrek wordt gekozen.

8. Hoe het jureren werkt kan gemakkelijk uitgelegd worden aan ‘leken’
Gemakkelijk is het niet. Verwacht niet de volledige uitleg van een score binnen 1 minuut te hebben. Maar, het is zondemeer te leren. Leken (ouders?) kunnen zeer veel leren als zij bereid zijn hier tijd aan te spenderen. En zoals bij alles: hoe meer tijd je er aan besteed, hoe meer je ervan zult gaan begrijpen.